Een wisselschema maak je niet tijdens de wedstrijd, maar ervoor. Het doel: elke speler weet vooraf wanneer hij of zij speelt, en jij hoeft langs de lijn alleen nog te coachen. Hieronder per teamvorm een schema dat je direct kunt gebruiken.
6 tegen 6 (JO8/JO9, 9 spelers, 2x 20 minuten)
Veertig minuten, zes veldspelers: 240 speelminuten, dus bijna 27 minuten per kind. Wissel per 10 minuten, drie kinderen eruit per blok:
| Blok | Wissels (3 spelers rusten) |
|---|---|
| 0-10 | Spelers 1, 2, 3 |
| 10-20 | Spelers 4, 5, 6 |
| 20-30 | Spelers 7, 8, 9 |
| 30-40 | Wie het minst speelde |
8 tegen 8 (JO10 t/m JO12, 11 spelers, 2x 30 minuten)
Zestig minuten, zeven veldspelers (plus keeper): wissel per kwartier, drie spelers per blok, en laat de keeper elke helft rouleren als je team dat aankan. Vuistregel: niemand zit twee blokken achter elkaar.
11 tegen 11 (vanaf JO13, 14-16 spelers)
Hier mag prestatie een grotere rol spelen, maar bij de breedteteams blijft de regel: wie er is, speelt. Met 15 spelers en 2x 40 minuten: plan drie wisselmomenten (25e, 40e, 60e minuut) en verdeel de vier reserves over die momenten. Laat wissels vooraf weten wie ze vervangen; dat scheelt chaos.
De drie veelgemaakte fouten
- Het schema alleen in je hoofd hebben. Dan sneuvelt het bij de eerste blessure. Op papier of in een app kun je schuiven zonder het overzicht te verliezen.
- Altijd dezelfde kinderen in het laatste blok. Het slot van de wedstrijd is spannend; rouleer wie de wedstrijd afmaakt.
- Niet communiceren. Een kind dat weet dat het na een kwartier begint, warmt zich beter op en baalt minder. Deel het schema voor de wedstrijd in de teamchat.
Wissels en speeltijd in één overzicht
In Ballie zet je de opstelling per periode klaar, zie je de speelminuten per speler en deelt het team automatisch mee wie wanneer speelt.
Download Ballie gratis